Een blog over hilarische avonturen, (creatief omspringen met) kleine en grote obstakels, vreugde en verdriet, en boeiende thema’s als plassen, stoelgang en seks. Omdat delen kracht geeft en verbindt, Welkom, Martin Ps over de workshop in wording lees je hier meer.
Na het overlijden van Martin kregen we de vraag of hij opgebaard zou worden. Martin sprak voor de operatie de wens uit om dat niet te doen. Om mensen toch de kans te geven afscheid te komen nemen werd ons zomerhuis een koesterhoekje voor Martin. Om foto’s en filmpjes te zien, om iets te schrijven, om nog even dicht bij hem te zijn. Martin voelt zo dichtbij hier. Wie niet aanwezig kon zijn op het afscheid of evengoed wie er wel was, maar hier graag nog even wil zijn, welkom. Er staan ook nagedachteniskaartjes die je kan meenemen.
Dansen en zingen op het afscheid van je
allergrootste liefde? Dat kan.
Zo overweldigd worden door verdriet en je
evengoed zo getroost voelen door al de warmte? Dat kan zeker ook.
Ik deel hier mijn woorden op het afscheid
van Martin.
Martin,
mijn lief, mijn beste vriend, mijn echtgenoot, mijn minnaar, mijn troost,
houvast en toeverlaat, mijn inspirator, mijn grootste fan, mijn baken van rust.
Ik zou
je willen vertellen over hoe moeilijk en hoe mooi de voorbije week geweest is.
Over het overweldigend verdriet, de hartverscheurende pijn. Over mijn zee van tranen
om jouw verlies. Maar nog liever vertel ik je over mijn ontroering en
dankbaarheid.
Zo dankbaar
ben ik voor iedereen die zo hard zijn best doet om jou te eren. Voor een
zelfgemaakte kist, een zelfgedraaide urne geïnspireerd op jouw meubels, een rouwbrief
die jou zo ademt, een zendje (west-vlaams voor gedachteniskaartje) op zijn
Martins, voor de muzikanten die jouw nummers spelen, voor de tuinmannen-en
vrouwen die de tuin voorbereid hebben,…
Ik
voel me zo gedragen door de knuffelaars, de praktische denkers, de handige
harry’s, de koks, de briefjesplooiers, de chaufferus, de tekenaars, de
afwassers, de poetsers, de troosters, de stille helpers, de luisteraars en de
sprekers.
Er is
een leegte en een volheid in mijn hart. Een ijzige koude, gepaard met een dik,
warm deken.
Ik
voel me zo dankbaar omringd door al die mensen die jou, mij en Willem, graag
zien.
En zo
kan ik, heel af en toe, ook glimlachen in de pijn. Ook om die heerlijke jaren
waar ik jouw lief mocht zijn. Avontuurlijke jaren, uitdagende jaren, intense
jaren, ook met veel obstakels, maar vooral, en altijd jaren vol liefde.
Graag zien en gezien worden, was nooit eerder zo gemakkelijk.
Wie nog foto’s of filmpjes heeft van zaterdag, dank je om ze mij te bezorgen!
Ik had niet gedacht dat mijn ‘tijdelijke’
rol als blogger me zo zwaar zou vallen.
De weerstand om te schrijven is erg aanwezig. Tezelfdertijd vind ik dat jullie, Martins ondersteunde vrienden, het verdienen om mee te kunnen volgen. Want ik besef heel goed, dat niet enkel mijn hart is gebroken.
Het spijt met dat ik niet de energie vond om iedereen tot nu toe op de hoogte te brengen. Ik besef dat het nieuws voor sommigen erg abrupt en misschien niet via het ideale kanaal gekomen is en hoop dat ik via deze weg jullie vragen wat kan beantwoorden.
Martin hield zoals we hem kennen als
eeuwige optimist rekening met 1 scenario: dat van een vlotte operatie, een goed
herstel en een revalidatie, met als resultaat een gezondere Martin. De laatste
weken kwam er ook ruimte voor andere scenario’s en bereidde hij die voor. We
konden bespreken wat hij wilde mocht hij het niet halen. Ook met Willem konden
we een aantal dingen doorspreken. We maakten bewust tijd om te verwoorden wat
we zo waarderen in elkaar. Hij maakte lijstjes met nuttige informatie. Dankbaar
ben ik dat hij die laatste dagen ook gebruikt heeft om voor mij te zorgen.
Op woensdagochtend hadden we een afspraak
met De Grieck die ons geruststelde dat de kans op overlijden heel klein was. We
kregen ook te horen dat er nog 2 operaties tussen gefietst waren en dat Martin
dus pas tegen de middag kon geopereerd worden. Na de nodige onderzoeken in het
ziekenhuis nog even ontsnapt naar Aalst voor een laatste goeie koffie en lekker
eten, want hoe lang zou het niet duren voor hij daar nog eens van zou kunnen
genieten vroeg hij zich af. Bij de inschrijving terug in het ziekenhuis werden
we pijnlijk op de Coronamaatregelen gedrukt: afscheid nemen moest op de gang.
Gelukkig bleek de verpleging op de gang daar helemaal anders over te denken en
zo konden we nog enkele uren samenzijn in zijn bed. Ik koester die laatste uren
enorm. Zeker dat ik tot vijf keer toe opnieuw de kamer ben binnengegaan voor
toch nog een laatste zoen
Donderdag een laatste videochat en vanaf de
middag geen nieuws meer. Vrienden hadden me uitgenodigd om goed na te denken
over wat ik die dag wilde doen. Het zou een lange dag worden en dus zocht ik
beter een invulling die ik als deugddoend en ondersteunend zou ervaren. Ik herinner
me hoe ik uit de lucht viel bij die vraag. Tuurlijk is dat een goed idee, maar
mijn focus lag zo op Martin dat ik hier zelf niet aan gedacht had. Ik bedacht
het ideale plan: terwijl Martin in het ziekenhuis was zou ik de tuin
rolstoeltoegankelijker maken. Ik zou tijdens de operatie met een vriend een
houten zitbank maken op rolstoelhoogte, die kon omgeklapt worden tot een bed/podium.
Ik had al gegalvaniseerde roosters op het oog om die tot aan de bank te maken
zodat Martin zelfstandig in de tuin kon gaan chillen.
Het was een ontzettend fijne dag. Het lukte mij om in het moment te blijven en te genieten van het creëren, de vriendschap, het moment. Ik fantaseerde over wanneer ik de verrassing zou onthullen: als hij ontwaakte na de operatie, of het hem gewoon zelf zou laten ontdekken als hij weer thuiskwam. De avond viel, de bank was lang klaar en nog altijd nieuws. Om 22:00 uur hield ik het niet meer uit en belde zelf het ziekenhuis. De operatie bleek net voorbij, het was goed gegaan. Opgelucht stuurde ik het rond via facebook. Ik voelde me zo uitgeput dat ik niet meer de energie had om mensen persoonlijk te verwittigen en vertrouwde erop dat de postduiven hun werk zouden doen. Ik voelde me zo uitgeput dat ik bij mijn vrienden bleef slapen.
De volgende ochtend voelde ik me rustig en krachtig. Onderweg naar huis kwam er telefoon van het ziekenhuis. Het was meteen duidelijk dat het echt niet goed was en dat ze me voorbereidden op het ergste. In de ochtend was duidelijk geworden dat de operatie veel van Martin gevraagd had. Zijn buik was erg opgezwollen en er werd beslist om te opereren. Ik belde mijn vriendin Eva die haar plannen voor die dag afzegde om samen, ik nog in werkkleren, naar Aalst te rijden. In de auto contacteerde ik Willem, Martins en mijn ouders.
Die ochtend werd vastgesteld dat zijn dikke darm heel erg gezwollen was. Ze staken met succes een stoma om de druk te verlichten. De nieren en lever hadden geleden en er zou een nierdialyse worden opgestart om hem te ondersteunen en zo te stabiliseren. Zijn toestand was kritiek maar er was hoop. Mijn ouders waren naar het ziekenhuis gekomen om mij te ondersteunen. Vanaf 14u konden we bij Martin en ben ik zo goed als de hele tijd bij hem gebleven. Ik kon hem niet meer loslaten. Inwendig tegen hem sprekend: eerst woorden van aanmoediging, later toen het duidelijk werd dat we niets meer konden doen, woorden van geruststelling dat hij mocht loslaten.
In de daaropvolgende uren waren de
boodschappen wisselend van: “we kunnen niets meer doen”, tot “we geven nog niet
op”. Een slingerbeweging tussen hoop en wanhoop, 7 uur lang. Wetend dat het er niet
goed uitziet, maar ook beseffend wat voor vechter Martin is. De nierdialyse
deed haar werk, maar onvoldoende Martin echt te stabiliseren. Mondjesmaat kwam
er ook meer informatie: dat de ook darmen geleden hadden onder de operatie en
dat daar necrose was vastgesteld. Het beeld werd ons geschetst dat Martin
eigenlijk niet de reserve had die nodig was om te herstellen van zo’n zware operatie.
Om 21 uur bleek ook de nierdialyse haar
werk niet meer te doen en was er geen uitzicht meer. De machines werden deels
afgekoppeld. Ik ben bij Martin in bed gekropen en we hebben samen gewacht tot
dat grote hart van hem stopte met kloppen. Twee uur later rond 23u was het
voorbij.
Nog tien dagen te gaan. En dan
komt er (eindelijk) een eind aan deze zenuwslopende situatie.
Het klopt nog steeds dat ik me
kiplekker voel sinds de ingreep, alleen heb ik er wel een ligwonde aan
overgehouden. Deze keer op de stuit. De aanvankelijke extase is daardoor
ietwat gekoeld en de bezorgdheid over mogelijke wondjes bij de komende operatie
is evenredig toegenomen. Het betekent dat ik meer aan huis gekluisterd ben dan
ik me voorgesteld en gewenst had deze weken, in afwachting van de ingreep.
Is mijn huid zo gevoelig of houden ze er te weinig rekening mee?
Aan dat eerste kan ik weinig veranderen, dus heb ik in een mail aangedrongen om
maximaal op preventie in te zetten. Ik weet dat het geen simpele opdracht wordt
omdat bij deze ingreep ook de tijd een grote rol speelt. De operatie zou 6 à 8
uren in beslag nemen. Ik zal in een diepe hypothermie (17 graden) gebracht
worden, zonder hart en longfunctie, en die toestand wordt best zo kort mogelijk
gehouden.
Enfin, dat bespreken we nog wel de 23ste. Dan krijg ik een CT-scan en
aansluitend wordt dat met de chirurg besproken. De 24ste vindt de operatie
plaats.
Ik fiets ondertussen bijna elke dag zo’n 30 à 40 km. Het doet me
deugd. Ik geniet volop van de zon en de wind en de kleuren en geuren. Ook nu
blijf ik een onverbeterlijke positivo, zoals mijn lief het uitdrukt. Het is
sterker dan mezelf. Ik weet wel dat dit een zeer complexe operatie is, maar het
enige wat ik kan doen is vertrouwen hebben en mij overgeven aan de chirurg en
zijn team.
Ruth en ik beseffen alle twee
goed dat de mogelijkheid bestaat dat dit niet goed afloopt. Toch is de beleving
hiervan anders. Als ik sterf voor of tijdens de operatie, dan zal ik dat niet
geweten hebben. Voor Ruth is de impact, eigenaardig genoeg, veel groter. Zij
moet verder, zonder mij, een nieuw leven opbouwen, met grote emotionele, maar
ook praktische en financiële draagwijdte. Evengoed, als de operatie wel slaagt,
staan er ons zware maanden te wachten.
Ik merk dat we ons moe voelen,
met weinig rek. Het meest uitputtende is het grote vraagteken. Omgaan met de
totale onvoorspelbaarheid van zowel het nu als de toekomst vraagt veel energie.
Vanuit mijn verlangen het ‘nu’ te
omarmen en optimaal te genieten van elk moment, is er soms weinig ruimte voor mijn
en haar zorgen of angst. Ik focus zo graag en zo gemakkelijk op het licht, dat ik
het donker er niet laat zijn. En toch horen ze beide bij elke dag.
Jihaaaaaaa! Ik ben thuis. Gisteren namiddag werd ik gelost, of liever, verlost. Hoe heerlijk is het om weer thuis te zijn, al was ik nauwelijks drie dagen in het ziekenhuis. De uitdaging nu is om het de komende dagen rustig aan te doen. Zo’n zin in fietsen!
Maar goed, het worden bejaardenritjes, want een aorta van 7 cm doorsnede, dat is een ongeregelde tijdbom.
Een typisch voorval. Wanneer ik thuis kom en mijn schoenen uitdoe komt er een vers stuk zeep onder mijn voet te voorschijn. De verpleging had er bij het wassen vruchteloos naar gezocht. En bij het verlaten van het ziekenhuis was het bijzonder lastig geweest om mijn linker schoen dicht te ritsen! Mysterie opgelost.
Ik kan amper bewegen. Deels door alle kabels en slangen en deels door de matras waar ik in wegzak.
Ik hang vast aan een bloeddrukmeter die mij altijd weer verrast in mijn vluchtige slaap. En als de saturatiemeter aan mijn wijsvinger verschuift gaat een soort scheepshoorn af. Ook in de belendende kamers toetert het vaak. Mijn slaap hangt in flarden aaneen.
Om 5u20 komen ze een röntgenfoto en een electrocardiogram nemen.
Ik ben weer klaarwakker. Maar moe, zo moe. Schrijven gaat moeizaam vandaag.
Rond de middag word ik naar een kamer gebracht. Kamer 1418. Klinkt als de Grote Oorlog. Ik heb al wat bijgeslapen nu. Dat voelt weer beter.
Het tweede cadeautje is uitgepakt. Heerlijk troostend.
Ik heb net iets te eten gekregen en een fles water gescoord. Dat was niet de bedoeling maar ik heb aangedrongen, met succes. Na 24 uur vasten smaakt alles heerlijk, zelfs papperig wit brood.
Vreemd genoeg lig ik nog steeds op ‘intensieve zorgen’, en zou ik pas morgen naar een kamer mogen. Ik zeg vreemd omdat ik me voel alsof ik instant een marathon zou kunnen én willen fietsen. Als die hele buizenwinkel niet in en aan mijn armen hing, zou ik me zelfs afvragen of de operatie nog moet gebeuren.
Vijf cadeautjes kreeg ik van mijn lief. Eén voor elke dag dat ik haar moet missen. Dat van vandaag Is een snoezig en beminnelijk dichtbundeltje van Toon Hermans over geluk. Een absolute aanrader.
Wat een hemels lief heb ik.